|
|
||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||
|
Gezond eten voor gezondheid niet makkelijk13-08-2008
Vraag mensen op straat wat ze het allerbelangrijkst vinden en de meerderheid zal steevast antwoorden: ‘mijn gezondheid’. Toch heeft lang niet iedere Nederlander een gezonde leefstijl. Kennelijk willen we wel gezonde keuzes maken, maar worden we in de praktijk verleid tot het ongezonde.
Pas geleden heeft het kabinet bekend gemaakt dat de Nederlandse bevolking makkelijker moet kunnen kiezen voor een gezonde leefwijze. Om dit te bereiken zal men gezonde voeding gaan promoten in samenwerking met de voedingsindustrie, scholen en supermarkten. Uit onszelf maken we namelijk niet altijd de beslissing om zo gezond mogelijk te eten, daarvoor is het aanbod van ongezonde producten veel te groot en veel te aantrekkelijk. In een zeer ver verleden waren we nog in staat om van nature voedsel te selecteren op grond van het gezondheidsgehalte, net als dieren. Nu we dat niet meer kunnen, eten we al gauw te veel van het verkeerde. Eten doen we al lang niet meer alleen om de maag te vullen, maar voor een groot deel ook om ervan te genieten. De voedselindustrie weet dit als geen ander en is uiterst bedreven in het vervullen van deze behoefte. De verleidelijke reclames vliegen ons om de oren en op iedere straathoek komen de geuren en kleuren van lekker eten ons tegemoet. Hoe kunnen we dan ooit nog gezonder gaan eten? Ten eerste door goede informatievoorziening, want lang niet altijd makkelijk is. Dit blijkt uit het grote aantal misverstanden dat rondom eten bestaat, zoals het gegeven dat mensen hun consumptie van groente en fruit zwaar overschatten. Toch hebben we in de loop van de decennia al heel wat vooruitgang op dit gebied geboekt. Vroeger at men bijvoorbeeld veel meer zout, weinig groente en fruit en van olijfolie had de halve wereld nog nooit gehoord. Maar mede dankzij de Schijf van Vijf en begrippen zoals de Balansdag is hier grondig verandering in gekomen.
In de winkels is natuurlijk zeker niet alleen maar ongezonde troep te vinden. De voedselproducenten zijn zich immers bewust van de toegenomen belangstelling voor gezond eten en hebben hun marketing daarom aangepast. Steeds meer producten zijn nu voorzien van een ik-kies-bewust logo of beplakt met veelbelovende kreten zoals ‘33 procent minder suiker’ of ‘goed voor de spijsvertering’. Toch zijn nog veel deskundigen van mening dat er strenger mag worden opgetreden tegen de voedingsindustrie. Zo zouden sommige reclames verboden moeten worden en ook aan de informatievoorziening op etiketten schort in enkele gevallen het een en ander.
Willen we dat er in de toekomst nog veel meer mensen zijn die weten wat voeding met de gezondheid doet, dan moeten ons in ieder geval meer richten op de jeugd. Kinderen beschikken over te weinig kennis van gezonde voeding, dus het zou raadzaam zijn om onderwijspakketten hierover verplicht te stellen. Op dit moment wordt in het onderwijs namelijk onvoldoende tijd besteed aan het belang van gezonde eetgewoonten. Als kinderen hier van jongs af aan niet genoeg over leren, zal het nog veel moeilijker zijn om hun gewoonten op volwassen leeftijd te veranderen.
Vroeger gaven we elkaar de schuld van de achteruitgang van de Nederlandse leefstijl. Nu burgers, de overheid en voedselfabrikanten op één lijn staan, wordt een intensievere samenwerking tussen deze partijen mogelijk. De toekomst zal moeten uitwijzen wat hiervan terecht zal komen, maar de keuze voor gezondere voeding komt zeker dichterbij. Geďnspireerd door: “We zijn veelvraten”, de Volkskrant, Wilma de Rek, 10 juli 2008.
|
|
||||||||||||||||||||||