Eetweetjes over gezond eten en voeding advies

Gezond eten is mogelijk als je weet wat gezond voeding advies is, effectief en verantwoord afvallen is dan haalbaar omdat je weet wat er in je voedsel zit.
Lees meer >
 
Laatste avondmaal

Bij onderzoek naar de 52 bekendste schilderijen van het laatste avondmaal van Jezus en zijn discipelen tussen 1000 en 2000 bleek dat die maaltijden in de loop van de tijd al maar overvloediger werden.
Lees meer >
 
Kant en klare dieetmaaltijden staan snel tegen

Als je wat overtollige kilootjes kwijt moet lijkt er niets handiger te zijn dan kant-en-klare dieetmaaltijden die je bij de supermarkt haalt en in je microwave zet.
Lees meer >
 
Het is suiker

Onderzoek dat in het nummer van 21 april 2010 van het Amerikaanse vakblad the Journal of the American Medical Association verscheen laat een sterk verband zien tussen een groter risico op hart- en bloedvatziekten en het gebruik van suiker.
Lees meer >
 

Genen bepalen voedsel voorkeur

21-05-2008

Een studie naar het eetgedrag van tweelingen heeft aangetoond dat erfelijkheid een belangrijke rol kan spelen in de voedselkeuze.

Kinderen kunnen soms bijzonder kieskeurig zijn als het om eten gaat. Dat zij daarom hun bord niet willen leegeten, drijft menig ouder tot wanhoop. De oorzaak wordt al gauw gezocht een falend ouderschap, waarbij gedachten als “kennelijk zet ik ze niet het goede voedsel voor” op de voorgrond staan.

Een onderzoeksteam van de University of Pennsylvania School of Medicine heeft echter ontdekt dat bijzondere voedselvoorkeuren in het kind ‘geprogrammeerd’ kunnen zitten (Faith, M. American Journal of Clinical Nutrition, april 2008; vol 87: pp 903-11). De wetenschappers bestudeerden het eetpatroon van 792 tweelingen van zeven jaar oud en vonden dat erfelijke factoren de voornaamste oorzaak zijn van voorkeuren voor bepaald voedsel. De bevindingen zijn in overeenstemming met eerdere studies met dieren en volwassen tweelingen die het verband legden tussen eetgedrag en erfelijkheid.

De onderzoekers maakten gebruik van informatie die van de ouders werd verkregen over wat en hoeveel ieder kind op een dag at. Het voedsel werd verdeeld in negen categorieën, waaronder brood en boter, groente, fruit, snoep en zoute snacks. De keuze voor bepaalde dranken bleek bij jongens meer door genen beďnvloed te worden dan bij meisjes. Voorts aten jongens veel meer boterhammen met jam en pindakaas dan meisjes, die hier geen erfelijk bepaalde voorkeur voor vertoonden. Identieke tweelingen – dus met exact hetzelfde erfelijke materiaal – leken vaker voor dezelfde etenswaren te kiezen dan niet-identieke tweelingen. Omgevingsfactoren, zoals het aantal snacks in huis, hadden een sterkere uitwerking op de voedselkeuzes van meisjes dan van jongens.

In talloze huishoudens is ‘het kind aan het eten krijgen’ een dagelijkse strijd die helaas vaak door de ouders verloren wordt. Meer inzicht in de voedselkieskeurigheid van kinderen zou de frustraties bij de ouders hopelijk kunnen verminderen, al was het maar om duidelijk te maken dat zij hier geen volledige schuld aan hebben. Ook kan de nieuwe kennis bijdragen aan de bepaling of dit erfelijk vastgelegde eetgedrag een rol speelt bij kinderovergewicht. Hoewel de resultaten van dit onderzoek geen relatie tonen tussen overgewicht en voedselconsumptie, is verder onderzoek nodig om te weten of deze typische eetgewoonten tot een hogere calorie-inname leiden.